donderdag 8 oktober 2009
Voordat de infectietheorie van ziekte aanvaard was, lang voordat
bacterien en virussen bekend waren en heel lang voordat de werking van
ons immuunstelsel duidelijk was, bestond de eerste vaccinatie al.
Die eerste vaccinatie was gericht tegen de pokken. Pokken (variola)
werd beschouwd als een kinderziekte maar dan een waaraan ongeveer een
op de drie kinderen dood ging en waar een groot deel van de overlevers
levenslang de tekenen droegen (pokdalig, of een “pockmarked face”. Rond
1720 (ruim een eeuw voor Pasteur) was er veel discussie over het
varioleren van kinderen. Deze methode was in Engeland geintroduceerd
door Lady Montagu. Zij had een broertje verloren bij een pokkenepidemie
en had geruchten gehoord over een behandeling in het Midden-oosten die
kinderen tegen de pokken zou beschermen.
Haar man werd ambassadeur bij de sultan in Istanbul en aan het hof in
Istanbul werd inderdaad gevarioleerd. Men zocht op het platteland
iemand op die pokken had gehad maar inmiddels aan het genezen was. Pus
uit de pokken van dit persoon werd vervolgens bij jonge kinderen in de
arm geprikt met een naald waarna die kinderen een milde vorm van pokken
kregen. Een enkeling ging eraan dood, er waren er ook die pokdalig
werden, maar bij de meesten bleef de schade erg beperkt. Maar alle
kinderen waren daarna immuun bij nieuwe epidemieen. Lady Montagu liet
haar eigen kinderen varioleren en overtuigde ook velen uit de Engelse
adel ervan het risico te nemen. Dat had succes nadat er op last van het
Engelse hof was geexperimenteerd op gevangenen en weeskinderen. Die
allen herstelden.
Maar er was ook protest en onbehagen. Niet alleen bij dominees die
ziekte zagen als de hand van God, maar ook bij artsen want onder het
personeel dat de (vaak adelijke) zieke kinderen moest verzorgen, kwamen
ziektegevallen voor die ook wel slachtoffers eisten. En het varioleren
was ook niet geheel ongevaarlijk voor de gevarioleerden zelf: 2%
stierf eraan.
Een Engelse plattelandsarts, Jenner, was in zijn jeugd gevarioleerd en
was daar flink ziek van geweest. Hij hoorde van het verhaal dat
melkmeisjes soms een soort pokken kregen van de koeien die ze melkten,
maar dat ze nooit echte pokken kregen. Jenner deed een proef in 1796
met de zoon van zijn tuinman, die inderdaad niet ziek, maar wel immuun
werd. Een paar jaar later deed hij nog een experiment met vier
kinderen. Zijn artikel werd vertaald in alle Europese talen en vanaf
dat moment werd er op ruime schaal gevaccineerd (vaccinia is de naam
voor koeienpokken).
Met als groot succes het uitsterven van het variola-virus ( in 1977 iemand uit Somalie,het laatste ziektegeval wereldwijd).
Nu weten we hoe afweer werkt, met t- en b-lymfocyten en met
geheugencellen die blijven circuleren na een infectie. We weten ook dat
er een hele famiie van pokkenvirussen is, met allemaal een eigen
gastheer maar zo verwant dat antistoffen tegen een soort ook werkzaam
zijn tegen de andere pokkenvirussen. Jenner en lady Montagu wisten dat
allemaal niet, maar tijdens de verlichting (zeg 18e eeuw) was men wel
bereid om iets te proberen en was het geloof in het permanent ingrijpen
van het (of een) opperwezen duidelijk verminderd. Zodat het loonde om
ergens iets aan te doen.
Toen Pasteur en Koch de bacterien als ziekteverwekkers hadden
geidentificeerd, ontstonden ook andere vaccins, meestal op basis van
verzwakte, levende bacterien. Pasteur ging daar het woord Vaccin voor
gebruiken, als een soort eerbetoon aan Jenner.
Stel je overigens niet teveel voor van het beschermend vermogen van de
Pasteur-vaccins. En vaccins tegen virussen lieten nog wel een tijd op
zich wachten, ook al omdat virussen zich niet zo makkelijk lieten
kweken.
Later ontdekte men ook dat het afweertelsel het vaccin wel moet zien
als een serieuze bedreiging, anders maakt het te weinig antistoffen en
geheugencellen om voor immuniteit te zorgen. Dat geluk had Jenner
natuurlijk wel: vaccinia was een levend virus. Bovendien werd bij de
gevaccineerden de immuniteit op peil gehouden door toevallige
ontmoetingen (toen nog wel) met het variola-virus. Die noodzaak van
een vaccin dat serieus genomen werd, leidde ook tot de
combinatie-vaccins. Bij DKTP bijvoorbeeld zaten tot voor kort levende,
zeer zwakke kinkhoestbacterien samen met bacterie- en virus-brokken van
andere ziekteverwekkers. Die andere ziekteverwekkers liftten dus mee
met de levende bacterien als het ging om serieus-genomen worden.
Een belangrijk begrip bij vaccinaties is de herd-immunisation: als een
voldoende deel van de bevolking is ingeent, zijn de niet ingeente
personen toch beschermd omdat de ziekteverwekker hen niet kan bereiken.
In principe zou de ziekteverwekker kunnen uitsterven, maar dan moet je
het wereldwijd doen en er moet geen dierenreservoir zijn. Vandaar dat
het ministerie van Volksgezondheid goed bijhoudt hoe hoog de
vaccinatiegraad is. Waarbij het een nadeel is als de
niet-gevaccineerden in groepen leven: komt de ziekteverwekker zo’n
groep binnen, dan kunnen er meerdere slachtoffers vallen zoals het
geval was bij de twee laatste polio-epidemieen onder
extreem-gereformeerden op de Veluwe.
Een andere groep (dan de extreem-gereformeerden) die vaccinatie
afwijst, zijn de antroposofen. Zij geloven in het heilzame effect van
het doormaken van kinderziektes. Bij de polio-epidemieen werden zij
gespaard, wellicht omdat ze niet zo in groepsverband leven, wellicht
ook dat ze weinig extreem-gereformeerde kennissen hadden. Uit deze
kring komt de succesvolle vereniging kritisch prikken. Die een campagne
voert tegen vaccinaties, o.a. door posters in
vroedvrouwenpraktijkruimtes. En als je pech hebt op basisscholen.Zie
ook hun website nvkp.nl. Die regelmatig wordt aangepast zodat het weinig
zin heeft er uit te citeren. Let in het algemeen op het verspreiden van
angst en het onvolledig weergeven van de status van geciteerde
personen. Dus wel Professor Galema, maar nooit de universiteit waar hij
werkt of werkte.
Een belangrijk doelwit van de anti-vaccinatiecampagne is het
BMR-vaccin. Met als argument dat die ziektes geen kwaad doen (zeldzame
blindheid of prinses Christina daargelaten valt het inderdaad wel mee)
, maar ook de Engelse campagne waarin verband wordt gelegd tussen de
mazelen-component en autisme. Volgens een aantal artikelen een volledig
weerlegd argument, maar dat kan natuurlijk een complot zijn van
duivelse gezondheidsbedervers!
Het grote succes van de anti-vaccinatie is voorlopig de mislukking van
de campagne om meisjes voor de sex-leeftijd te vaccineren tegen
bepaalde vormen van het HPV. Let daarbij op het prachtige argument dat
het nog niet genoeg onderzocht is. Terwijl de ziektegevallen die
voorkomen moeten worden nog zeker twintig jaar van ons af liggen.
Vragen over vaccineren
1 : Wat wordt er bedoeld met een dierenreservoir en wat
is de beroemdste ziekte met een gigantisch dieren-reservoir?
2 Zou voldoende HPV-vaccinatie leiden tot het uitsterven van HPV? Waarom?
3 Waarom wordt aangeraden om als je op reis gaat naar risico-landen je
eens per 15 jaar te laten hervaccineren met DKTP?
4 Waarom was er pas zo laat een vaccin tegen hepatitis A?
5 Het grootste bezwaar tegen het varioleren van kinderen was het gevaar van besmetting door de gevarioleerde kinderen. Gold dat ook nog toen het vaccineren het varioleren had verdrongen?
6 Waarom hoeft niet iedereen gevaccineerd te worden om een ziekte te laten uitsterven?
7 Waarom was het een voordeel dat het DKTP-vaccin een levende component bevatte?
8 In de beginjaren van de poliovaccinatie werd gewerkt met levend, ongevaarlijk virus. In een inentingscampagne in Afrika bleek dat een bepaalde partij van dat vaccin polio te veroorzaken. Wat zal er dan gebeurd zijn?
9 Waarom zouden ouders tegenwoordig gevoeliger zijn voor anti-vaccinatiepropagande vanuit antroposofische kringen dan 30 jaar geleden?
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten